• 1_abstract1

  • 2_abstract2

  • 3_abstract3

  • 4_abstract4

  • 5_abstract5

  • 6_abstract6

  • 7_abstract7

  • 8_abstract8

  • 9_beeld

  • 10_bird

  • 11_birds

  • 13_fibula2

  • 12_fibula

  • 14_fibulae1

  • 15_fibulae2

  • 16_hoornvorm

  • 17_hoornvorm2

  • 18_hoornvorm3

  • 19_hoornvorm4

  • 20_hoornvormen_zwart

  • 21_hoornvormen2

  • 22_primitives

  • 23_primitives1

  • 24_primitives2

  • 25_primitives3

  • 26_primitives4

  • 27_primitives5

  • 28_primitives6

  • 29_primitives7

  • 30_raapsels1

  • 31_raapsels2

  • 32_raapsels3

  • Inspiratiebronnen
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
  • 11
  • 12
  • 13
  • 14
  • 15
  • 16
  • 17
  • 18
  • 19
  • 20
  • 21
  • 22
  • 23
  • 24
  • 25
  • 26
  • 27
  • 28
  • 29
  • 30
  • 31
  • 32

Inspiratie

Mijn vroegste ambitie (als twaalfjarige) was om archeoloog te worden en laatst besefte ik dat ik nu zelf maak wat ik ooit had willen opgraven…

Ik houd van archaïsche vormen, in de betekenis van ‘van een zeer oud tijdperk’ en ‘sterk vereenvoudigd en gestileerd’. Ik zoek naar contrast tussen verweerde texturen en gepolijste oppervlakten, begrensd door een eenvoudige, natuurlijke belijning. Ik ervaar daar een spanningsveld dat schoonheid oproept en daarmee ook de drang zelf iets van een dergelijke schoonheid te maken.

Dat is ook waar mijn oog voortdurend naar op zoek is: ik zoek aansluiting van mijn eigen ‘innerlijke vormen’ bij andere werelden. Op straat of in de natuur zijn dat allerlei ‘raapsels’, voorwerpen die in een eerder leven ergens toe hebben gediend of op organische wijze ergens vandaan komen. In musea zijn het de Etrusken, Oceanische kunst, Minimal Art en Arte Povera waar ik me het meest toe aangetrokken voel.

De sculpturen van Joan Miró en Calder zijn door hun ontwapenende speelsheid en associatief materiaalgebruik ook favoriet.

Tijdens de Biënnale in Venetië was een tentoonstelling van Tàpies de aanleiding om Palazzo Fortuny te bezoeken. Op de bovenste verdieping belandde ik in een sfeer waarvan ik direct voelde dat het bij mij en mijn werk paste. Het bleek ingericht te zijn door de befaamde interieurontwerper Axel Vervoordt, die voor mij toen nog een onbekende was.

Daar lag ook een van zijn boeken, ‘In het spoor van Wabi’ en daarin verwoordde hij precies wat mij bekoort en wat ik in vorm wil uitdrukken.

Wabi verwijst naar de Japanse term ‘Wabi-Sabi’ voor iets wat zich in zijn eenvoudigste en natuurlijkste staat bevindt. Het is de schoonheid die je vindt in nederige en pretentieloze objecten.
‘If an object or expression can bring about, within us, a sense of serene melancholy and a spiritual longing, then that object could be said to be wabi-sabi.’  Meer over Wabi-Sabi.

Daarnaast sla ik af en toe met overgave graag een andere richting in, waarbij fantasievolle woordspelingen tot kleurrijke vormen kunnen leiden (zie Wijnkoelers), of een aangedragen thema om een specifieke uitwerking vraagt (zie Vogels).